Home » Over Gynos » Artsenblog » Overgangklachten in de media

Overgangklachten in de media

Overgangklachten in de media

Deze zomer was er in de kranten volop aandacht voor overgangsklachten en hormoontherapie. Mede door het nieuwe boek van kinderboekenschrijfster Francine Oomen. Discussies ontstonden over een 'medische aanpak' versus 'de overgang omarmen'.

We vroegen onze gynaecoloog dr. Magda Armeanu naar haar visie. "Ik zie dagelijks vrouwen die (te) lang met overgangsklachten doorlopen. Ze zijn bang voor hormoontherapie omdat ze er onjuiste informatie over hebben gelezen. Of ze hebben eindeloos huis, tuin en keukenmiddeltjes geprobeerd. Ze doen zichzelf echt tekort. Gezond leven is altijd aan te bevelen, maar voor veel vrouwen met serieuze klachten niet een echte oplossing. Onderstaand artikel uit de NRC van José Rozenbroek spreekt mij daarom erg aan."  

De overgang omarmen? Slik liever hormonen. 

De moderne, werkende vrouw heeft geen tijd voor de overgang. Hormoontherapie is een uitkomst, schrijft José Rozenbroek. Huisartsen en ‘rooibosvrouwtjes’ zaaien onnodig paniek. Het risico op borstkanker is verwaarloosbaar.

Kinderboekenschrijfster Francine Oomen (57) schreef een boek over hoe zij zich door loodzware jaren heeft geworsteld. Het begon bij haar met ‘brein-blubber’: geheugenstoornissen en concentratieverlies. Daarna kwamen de nachtelijke zweetaanvallen, de somberheid, de vermoeidheid, het chagrijn, de hartkloppingen en ‘het libido van een vrieskip’. Ze schreef het allemaal toe aan een combinatie van een burn-out ten gevolge van jaren keihard werken, liefdesverdriet vanwege een stukgelopen relatie en een leeg nest nadat het laatste kind de benen had genomen.

Aan de overgang dacht ze niet – daarin had ze zich nooit verdiept. Pas toen ze een en ander ging googelen, vielen haar de schellen van de ogen: al die klachten waren het gevolg van die ‘hormonen-husseling’ waarmee elke vrouw van rond de vijftig onherroepelijk te maken krijgt. Ze stopte met werken, ging in therapie en maakte een profiel aan op Tinder. En na een paar jaar, toen het weer wat beter met haar ging, schreef ze een boek over die hel waar ze zich met moeite doorheen had gesleept.

De interviews met Oomen in de Volkskrant en NRC waarin haar malheur breed werd uitgemeten, veroorzaakten paniek op Facebook, vooral onder veertigers. Zo schreef journalist Marlies Jansen (45): „Vijftigplussers in de zaal! Kunnen jullie mij geruststellen door te zeggen dat het gruwelijke lot van Francine Oomen zeer uitzonderlijk is (anders zie ik de toekomst ineens minder zonnig tegemoet)”. Een stroom van reacties was het gevolg, uiteenlopend van een geruststellend „Weinig problemen gehad hoor!” en „Nagenoeg geen last”, tot „Een en al herkenning” en „Het is nog veel erger!”

Ook ik plaatste een opmerking op mijn Facebookpagina en ook die ontketende tientallen heftige, vaak tegenstrijdige reacties – in elk geval kan worden vastgesteld dat het onderwerp leeft onder vrouwen van zekere leeftijd.

Wat mij vooral irriteerde was het gemak waarmee Oomen het overgangsverlof aanbeveelt of, zoals zij dat noemt, een tijdje „braakliggen”: „De overgang is een periode waarin we moeten herijken en daarvoor is rust en tijd nodig.” Doordat de hormonen haar tot stilstand dwongen, heeft ze „nieuwe voeding gezocht en gevonden: in yoga, de natuur, tekenen, spitten in haar tuin en zichzelf”.

Daarmee schaart ze zich in de rijen van wat ook wel meesmuilend ‘rooibosvrouwtjes’ worden genoemd: vrouwen die de overgang en de opvliegers ‘omarmen’ en deze fase vooral benutten voor ‘spirituele groei’. Nu heb ik niets tegen yoga of een beetje wieden in de tuin, maar hoeveel vrouwen kunnen het zich financieel permitteren hun baan op te zeggen of op te schorten om zich in alle rust door die overgang heen te akkeren?

Weinig vrees ik. En hoeveel vrouwen vinden het überhaupt een aantrekkelijk vooruitzicht om thuis te gaan zitten en je geheel en al te focussen op je overgangsellende? Ik ken ze eerlijk gezegd niet. Bovendien lijkt het me de vrouwenzaak geen goed doen als we onze deelname aan het arbeidsproces, die eindelijk een beetje op stoom komt, zo rond ons vijftigste een jaar of langer onderbreken opdat wij onszelf opnieuw kunnen uitvinden. Ik ben bang dat er nauwelijks een werkgever te vinden is die ons na zo’n periode van bezinning weer liefdevol in de armen sluit.

Maar wat dan wél, als je last hebt van overgangsmalaise? Ruim een miljoen vrouwen in Nederland zijn momenteel in de overgang en pakweg de helft van hen heeft ernstige klachten: ze functioneren niet goed, slapen slecht, kunnen hun werk niet (goed) meer doen – 34 procent van het ziekteverzuim bij vrouwen tussen de 45 en 60 jaar is daaraan gerelateerd. Voor veel van die vrouwen zou hormoontherapie een uitkomst zijn.

Francine Oomen is fel tegen dat „doorjakkeren met hormonen”. Volgens haar zijn ze niet zonder gevaar voor de gezondheid, en, zo zegt ze: „Hormoontherapie is uitstel van executie. Zodra je ermee stopt, krijg je de overgang dubbel en dwars.” Voor haar dus geen pillen, „geen denken aan”. Ze blijft zo in de groef hangen waarin veel huisartsen en vrouwen zijn blijven steken, namelijk de overtuiging dat HST (hormonale substitutietherapie) gevaarlijk is omdat het de kans op borstkanker zou vergroten. Daarmee voedt ze de Hollandse hetze tegen een effectief geneesmiddel dat inmiddels wereldwijd grondig is onderzocht en veilig verklaard door wetenschappers.

HST vult deels de vrouwelijke hormonen aan die verloren gaan tijdens de overgang: daarmee wordt de periode bedoeld die gemiddeld rond het 46ste levensjaar begint en vijf tot tien jaar duurt. Vooral de oestrogeenspiegel dondert in die jaren naar beneden, met wel 80 procent. Oestrogeen is het vrouwelijk hormoon dat huid, botten, vaten, gewrichten, spieren, pezen en slijmvliezen soepel, stevig en elastisch houdt.

Door die hormoonval in relatief korte tijd krijgt 80 procent van de vrouwen op zeker moment te maken met opvliegers, nachtzweten, enzovoort. En omdat oestrogeen ook van invloed is op het brein, kun je eveneens last krijgen van somberheid, stemmingswisselingen, vermoeidheid. „Voor een deel van de vrouwen is de overgang inderdaad een hel. HST is de meest aangewezen manier om ernstige overgangsklachten te bestrijden”, zegt Dorenda van Dijken, gynaecoloog in het Amsterdamse ziekenhuis OLVG West.

Ze is voorzitter van de Dutch Menopause Society, onderdeel van de NVOG, de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie die dit jaar de richtlijn voor HST heeft aangepast, zodat die nu overeenkomt met de internationale richtlijn. „Die richtlijn is gebaseerd op uitgebreid, evidence-based onderzoek dat uitwijst dat het risico op borstkanker in de eerste vijf jaar van gebruik van HST vrijwel nihil is bij vrouwen die geen borstkanker hebben of hebben gehad, of daar familiaire aanleg voor hebben. Na die vijf jaar vinden we vier tot zes extra borstkankerpatiënten per 1000 vrouwen en per 10.000 vrouwen zeven extra gevallen van trombose – wat overigens een veel lager risico is dan bij de anticonceptiepil.”

Dat wantrouwen jegens HST is overigens wel begrijpelijk. Vanaf 2002 werd hormoontherapie afgeraden omdat uit grootschalig Amerikaans en Brits onderzoek bleek dat het risico op borstkanker en/of hart- en vaatziekten sterk was toegenomen bij vrouwen die hormonen gebruikten. Dat zorgde voor veel paniek onder artsen en vrouwen en het hormoongebruik nam in Nederland in twee jaar tijd af met 70 procent.

Sindsdien is er uitgebreid onderzoek gedaan naar de risico’s van HST. Als gevolg daarvan zijn de huidige preparaten veel meer verfijnd dan pakweg vijftien jaar geleden; het soort progesteron – toentertijd de veroorzaker van borstkanker – is vervangen door een veilige variant en de oestrogenen die erin zitten zijn tegenwoordig lichaamsidentiek. Het bevat ook minder hormonen dan de pil omdat het geen zwangerschap hoeft te voorkomen.

Weinig reden dus om bang te zijn voor HST. En vrijwel alle vrouwen die aan de hormonen zijn en die ik erover spreek zijn enthousiast. Een kunstenares meldt dat ze „het weer gezellig koud heeft”. Voor een marketeer was het „een zegen na een jaar waarin ik alleen maar moe en chagrijnig was”. En een advocaat kan gewoon haar werk weer doen: vanwege haar opvliegers durfde ze niet meer te pleiten in de rechtszaal.

Toch gebruikt slechts een schamele 5 procent van de Nederlandse doelgroep een hormoonpreparaat. In de ons omringende landen en de Verenigde Staten is dat percentage 25 tot 40 procent.

Misschien heeft dat te maken met onze calvinistische inborst: we denken het leven te moeten nemen zoals het zich ons aandient en als we gewoon doen, doen we al gek genoeg. Daarom bevallen we het liefst thuis zonder ruggenprik en als we buikpijn hebben nemen we een warme kruik in plaats van een paracetamolletje.

Nederlandse vrouwen slikken ook steeds minder vaak de anticonceptiepil, ook al is er geen enkel wetenschappelijk bewijs dat die onveilig zou zijn of het libido zou verminderen, maar gewoon, „omdat het niet goed voelt”. „We moeten hier gewoon doorheen”, zei mijn toenmalige huisarts – notabene een man – aan wie ik een hormoonreceptje vroeg toen de eerste verschijnselen zich aandienden.

„Huisartsen zijn over het algemeen zeer terughoudend als het om HST gaat”, zegt Van Dijken. „Hun richtlijn stamt uit 2012 en is hoognodig aan vernieuwing toe. Hoewel ik wel een trend bespeur dat ze iets beter geïnformeerd zijn en er meer open voor staan. Of ze sturen hun patiënten door naar de gynaecoloog die dan de verantwoordelijkheid mag nemen.”

En om maar meteen ook het laatste misverstand uit de weg te ruimen: nee, je wordt niet gestraft en je krijgt niet alsnog ‘dubbel en dwars’ de overgang voor je kiezen als je stopt met hormoontherapie. Van Dijken: „Dat broodje aap is hoogstwaarschijnlijk in de wereld geholpen doordat huisartsen vaak maar een half tot een jaar hormonen geven. Ja, als je dan stopt, zit je er hoogstwaarschijnlijk nog middenin, met alle klachten van dien.

Gynaecologen schrijven doorgaans vier jaar HST voor; het overbrugt dan die periode van oestrogeenverlies, maar legt het proces niet stil. Het geeft alleen nét dat snufje hormonen extra waarop vrouwen het goed doen. En als je na een paar jaar rustig afbouwt, beperk je de kans op opvliegers en dergelijke tot een minimum.”

Kortom, een ideaal middel voor al die vrouwen voor wie braakliggen niks is en die gewoon door willen leven en werken.

José Rozenbroek is journalist. Samen met overgangsconsulente Jos Teunis schreef ze De overgang, het no-nonsense handboek, uitgeverij AtlasContact.

Hormoontherapie - wat zijn de voordelen? 

1. Niets bestrijdt zo goed overgangsklachten als opvliegers, nachtzweten, stemmingswisselingen, sombere gevoelens en vaginale droogheid.

2. Het heeft een gunstige invloed op de botdichtheid en voorkomt dus osteoporose.

3. Het heeft een licht beschermende werking tegen hart- en vaatziekten.

4. Bij vrouwen die voor hun veertigste in de overgang zijn gekomen, verlengt het de levensverwachting (ten gevolge van osteoporose en hart- en vaatziekten lopen ze het risico op een kortere levensduur van 10 tot 15 jaar).

5. De huid veroudert minder snel en het haar blijft in betere conditie.

HST is niet geschikt voor vrouwen die hormoongevoelige borstkanker hebben (gehad) of die een moeder of zus hebben die borstkanker kreeg op jongere leeftijd (onder de 40-45 jaar). Daarnaast zijn er nog enkele contra-indicaties. Overleg met je arts of HST wel of niet geschikt voor je is.

Bron: NRC

Geplaatst: dinsdag 10 oktober 2017
Tag(s): Hormoontherapie, Overgangsklachten
Deel dit bericht met anderen: Verstuur het via e-mail!